De historische naam en bijnamen

De windmolen van Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek behoudt 600 jaar zijn oorspronkelijke naam. In de afgelopen eeuw dringen twee bijnamen de oorspronkelijke naam naar de achtergrond. Met de huidige restauratie wordt ook de historische naam in eer hersteld.

De historische naam: Hertboommolen

De oorspronkelijke naam voor de molen is Hertboommolen. De naam verwijst naar het grote open weiland waaraan de molen grenst. In het cijnsboek uit 1391 - de oudste vermelding van de windmolen - staat te lezen: "1 bunre lant op hertboem byden wintmolen". Meteen duidt de naam ook de afgelegen ligging van de molen, in de open velden, aan de kruising van vier wegen: de huidige Molenkauter (vroeger Hertboem!), Windmolenstraat, Vossenbunderstraat en de huidige Hertboomstraat.

Op de beroemde De Ferraris-kaart van de Oostenrijkse Nederlanden, circa 1775, zijn duidelijk de molen, molenhuis en stallingen getekend. De aanduiding erbij : 'Le Moulin Herdt Boom'.

De bijnamen: Tragische Molen...

Begin 20ste eeuw krijgt de windmolen een lugubere bijnaam door een reeks van inderdaad tragische gebeurtenissen. Op nieuwjaarsdag 1745, tegen de achtergrond van de Oostenrijkse Successieoorlog, overvallen latere leden van de bende van Jan De Lichte het molenhuis. Molenaar Peeter van Lierde wordt vermoord. Door de connectie met de legendarische figuur van Jan De Lichte blijft de roofmoord generaties lang herinnerd.

In het oorlogsjaar op 22 april 1917 worden bij een tweede roofmord molenaarszus Leonia Walravens op 60 jarige leeftijd en molenaarsknecht brutaal vermoord, terwijl men geknevelde molenaar Theofiel Walravens, achterliet. Sindsdien spreekt men in de volksmond van "Tragische Molen"; een benaming die vaak in de literatuur en moleninventarissen terug te vinden is. Ten teken van rouw waren de stormplanken aan de molenwieken zwart geschilderd.

22 April 1917...een late zondagmiddag.

Zes ongehuwde personen bewonen het molenhuis: Clementine, Leonie,Theofiel en Emiel Walravens, de jonge neef Jozef Wastiels en knecht Emiel Vervenne.

Twee onder hen zijn gaan 'ontsteken', Jozef Wastiels op het Negenbunder en Emiel Walravens in Borchtlombeek. De overige 4 bleven thuis. De vrouwen zijn aan de wafelbak. Theofiel Walravens, molenaar, zit achterovergeleund op z'n stoel onder de Vlaamse schouw .

Het wordt valavond, zeven uur. Vier, vijf ongekende kerels komen binnen en vragen naar meel. Dat kan niet en al vlug wordt hun eigenlijke bedoeling duidelijk, ze zijn gekomen om een grote slag te slaan en voor niks terug te deinzen.

Op ‘t ogenblik dat Theofiel wil rechtstaan, slaan ze toe... Knecht Emiel Vervenne en molenaarszus Leonie Walravens worden brutaal de keel overgesneden.

Een nog jonge overvaller op Theofiel toespringend, fluistert hem toe zich voor dood te houden, zoniet ondergaat hij hetzelfde lot. Hij wordt vastgebonden aan een tafelpoot. De oudste zus Clementine wordt gedwongen voor te gaan naar de kelder, waar vlees en spek ligt, en verder van kamer tot kamer, om geld en kostbaarheden aan te wijzen.

Op een bepaald moment ziet ze de kans een slaapkamer binnen te springen, de deur toe te slaan, op slot te doen en te barrikaderen. Aan ‘t venster schreeuwt ze om hulp, om dan met panische angst onder bed te kruipen.

De daders zijn op de loop gegaan, maar ‘tduurt nog een hele tijd, vooraleer de twee overlevenden naar elkaar toedurven.

Buren worden op de hoogte gebracht en een kwartier later kent het ganse dorp de vreselijke geschiedenis. Tientallen mensen lopen naar het molenhuis. Ze zien er alleen 2 lijken, veel bloed, en 2 doorschokte mensen.

Zo vertelt men in Lombeek de tweede moordhistorie. Lang zullen de daders niet op vrije voeten lopen.

Dankzij speurzin van Kommandant van gendarmerie Liedekerke en Jozef Appelmans, schepen te Lombeek, worden ze na enkelen dagen ingerekend. Vier kregen levenslang, twee anderen 20 jaar. Naar men zegt was deze mildere straf voor de man die buiten op wacht had gestaan en voor hem die Theofiel spaarde. Onder alle ziekelijke nevenverschijnselen waartoe een te lange oorlogsperiode in de streek aanleiding gaf, was de roofmoord te Lombeek een schandelijk hoogtepunt.

Ze deed gruwelen door de driestheid en onmenselijkheid waarmee ze was voltrokken. Niet alleen het dorp werd erdoor beroerd, de hele omgeving was opgeschrikt.

En zoals het toen de mode was, droegen liedjeszangers het verhaal uit van kerk tot kerk en verkochten hun vliegende blaadjes in de kring van toehoorders.

Na zoveel jaren zijn er in Lombeek nog mensen die het moordlied kennen, misschien niet helemaal vrij van onjuistheden, maar toch geldend als typisch voorbeeld van toenmalige volkse vertel - en rijmtrant.


...en Molen van Kapitein Zeppos

De bijnaam "Zeppos-Molen" roept meer aangename herinneringen op. In de jaren zestig worden de meeste scènes van het klassieke jeugdfeuilleton Kapitein Zeppos gedraaid op en rond de molen. Kapitein Zeppos, het alter ego van Senne Rouffaer, is de intrigerende bewoner van Molenhoeve. Niet verwonderlijk draagt de populariteit van de tv-reeks bij tot de bekendheid van de molen. De jongere generaties zegt het label "Molen van Kapitein Zeppos" nog weinig.

 

 

 

 

De historie
De streek
Geschiedenis
Het dorp
Tijdsbalk
Literatuur